Over Eileen Gray

Eileen Gray werd geboren op 20 augustus 1878 in een kleine aristocratische familie vlakbij Enniscorthy, een klein marktdorpje in Zuid-Oost Ierland. Gray was de jongste van de 5 kinderen. Haar ouders, moeder Eveleen Pounden Gray en vader James Maclaren Gray waren beide van Ierse/Schotse komaf. Gray’s vader James, was een schilder en moedigde zijn dochter aan om de artistieke kant op te gaan. Hij nam zijn dochter mee op schilder reizen naar oa. Italië en Zwitserland, waardoor zij een eigen liefde voor kunst ontwikkelde. Gray besteed het grootste deel van haar kinderjaren in familiehuizen in Ierland of Zuiden Kensington in Londen.

Op 20 jarige leeftijd in 1898, ging Gray schilderkunst studeren op de Slade School van Fijne Kunsten. Gedurende deze studie, maakte ze kennis met Jessie Gavin en Kathleen Bruce. In 1900 (het jaar van de dood van haar vader), gingen Eileen Gray en haar moeder naar Parijs voor de Expositie Universelle; dit was tevens het eerste bezoek van Eileen aan Parijs. De Expositie Universelle was een wereldwijde beurs die de artistieke ontwikkelingen van de afgelopen eeuw  aanmoedigde in hoop dat er weer veel nieuw werk zou volgen in de volgende eeuw. De belangrijkste stijl was er de Art Nouveau stijl. Gray was een groot fan van het werk dat Charles Rennie Mackintosh daar tentoongesteld had.

Al snel verhuisde Gray naar Parijs met haar vrienden Gavin en Bruce van de Slade School. Eilein Gray zette haar studies voort op de Académie Julian en de Académie Colarossi. Voor ongeveer 4/5 jaar na deze stap verhuisde Eileen heen en weer tussen Parijs, Ierland en Londen, maar in 1905 settelde ze zich hier, omdat haar moeder ernstig ziek werd. Eileen maakte gebruik van haar tijd in Londen door weer deel te nemen aan de Slade, maar haalde uiteindelijk minder voldoening uit haar schilderlessen dan voorheen.

Een jaar later belandde ze weer terug in Parijs in een bruisend cultureel klimaat dat haar op het lijf geschreven bleek. Ze knipte haar haar kort, droeg mannenpakken en had zowel mannelijke als vrouwelijke minnaars. In haar werk vond ze al snel haar draai. Ze leert de Japanse ambachtsman Seizo Sougawara kennen, die haar de oosterse lakwerktechnieken bijbrengt. Vanaf 1910 ontwerpt ze gelakte schermen en panelen met motieven, die ze in 1913 exposeert op de “Salon des Artistes Décorateurs”.

De Couturier en kunstverzamelaar Jacques Doucet voelt zich erg aangesproken tot haar werk en geeft haar verschillende opdrachten, waaronder het scherm Le Destin (1914) en de tafel Lotus (1915).

In 1919 kreeg ze haar eerste volledige interieuropdracht voor het appartement aan de Rue de Lota van Mme Mathieu Lévy – waarvoor ze haar beroemde gelakte blokschermen ontwierp.

Na veel exclusieve opdrachten opent Gray in 1922 haar eigen winkel, “Galerie Jean Désert”.

Haar werk kwam na een expositie van haar werk in Amsterdam onder de aandacht van De Stijl architect jan Wils (1891-1972). Vooral een slaapkamer-boudoir voor Monte Carlo, dat getoond werd op de Salon des Artistes Décorateurs in 1923 viel in de smaak van de avant-garde in Nederland. Deze bewondering was wederzijds en haar werk raakte steeds meer beïnvloed door de zuivere geometrische vormen van De Stijl.

Na de 2e wereld oorlog keerde ze voor de laatste keer terug naar Parijs en leidde ze rustig en grijs leven. Zij bleef aan nieuwe projecten werken, maar werd bijna vergeten door de ontwerpindustrie. Toen zij rond zeventig was, begon zij om haar zicht en gehoor te verliezen en toen zij tachtig werd, zette zij een landbouwloods buiten heilige-Tropez om in een de zomerhuis; hier trok ze uiteindelijk in en ging hier verder met haar werk.

Kort voor haar dood, werd Gray’s werk getoond in een tentoonstelling in Londen en haar werk werd eeuwig herinnerd door het publiek. Op de leeftijd van achtennegentig, stierf Kathleen Eileen Moray Gray in haar flat op rue Bonaparte in Parijs. Door haar carrière was zij onafhankelijk geweest en niet vaak naast anderen gewerkt. Zij was vrij ongebruikelijk in haar carriere aangezien er rond zeer weinig vrouwelijke ontwerpers waren in deze tijd. Het was niet zo dat pas na haar dood haar werk pas echt gewaardeerd werd. Zij wordt nu beschouwd als één van de belangrijkste vrouwelijke ontwerpers/architects van de 20ste eeuw, al dan niet dé belangrijkste.

No comments yet

Leave a Reply